schaduw:

Licht en schaduw Op plaatsen waar geen licht komt, ontstaan schaduwen. Hoe feller het licht schijnt, hoe donkerder de schaduwlijnen lijken.

 

 

SLAGSCHADUW

HOFLAND

Er zijn enkele soorten schaduw te onderscheiden:

  • Eigen schaduw:  is de schaduw die op het object aanwezig is op de niet belichte kant van het voorwerp.
  •  

kernschaduw-1.png

  • Slagschaduw: is de schaduw die een object "werpt" op een ondergrond of achtergrond. Bijvoorbeeld: genoemde paal werpt schaduw op het zand of op een muur.
    • Gebroken schaduw is een aparte vorm van slagschaduw. Om het voorbeeld van de paal weer eens te gebruiken: een paal staat voor een muur. Een deel van de schaduw valt op de grond; echter een ander deel van de schaduw zet zich voort op de muur. Er zit dus een soort knik in de schaduw.

Slagschaduw en gebroken schaduw zijn schaduwvormen die gebruikt worden bij het schimmenspel. De lengte van de slagschaduw die veroorzaakt wordt door de zon is afhankelijk van de lengte (hoogte) van het voorwerp (de paal) en daarnaast van de hoek waaronder het zonlicht valt. Deze hoek is op zijn beurt afhankelijk van de plaats op aarde, het tijdstip en de datum (vanwege de axiale variatie van de aarde bereikt de zon niet elke dag dezelfde "hoogte")

  • Kernschaduw is het donkerste gedeelte van een eigenschaduw of slagschaduw; het gebied waarin geen enkele lichtstraal kan doordringen.
  • Halfschaduw (of "bijschaduw" volgens de fysica) is het halfdonkere gedeelte aan de buitenste begrenzing van een eigen- of slagschaduw. Het ontstaat bij een niet-puntvormige lichtbron: rondom de kernschaduw (waar helemaal geen licht doordringt) bevindt zich een gebied waarin lichtstralen uitgaande van een deel van de lichtbron kunnen doordringen: de bijschaduw. Er is sprake van een verschil tussen lichte bijschaduw en donkere bijschaduw als één bijschaduwkegel meer licht krijgt dan een andere bijschaduwkegel.

koch

SCHADUW ZORGT VOOR PLASTICITEIT (Ruimtelijkheid)

tamara de lempica

tamara de lempica

 

otto dix

diederik kraaipoel